Alle teksten hieronder zijn de letterlijke weergave uit de notulenboeken uit het archief van de HSV Leeuwarden.
Dit archief ligt bij het Historisch Centrum Leeuwarden.
Niets uit dit archief mag worden gebruikt zonder uitdrukkelijke toestemming van de HSV Leeuwarden.
Secretaris HSV Leeuwarden:
dhr. D. Bijlsma 2009.
Hengelaarsvereeniging
Leeuwarden en Omstreken.
Afdeeling XV van
den Algemenen Hengelaarsbond
Opgericht 31 Januari 1909
Notulenboek No 1.
Art. 1 Huish. Regelement.
De Afd. Leeuwarden is gevestigd te Leeuwarden en wordt geacht opgericht te zijn 1 februari 1909, terwijl het administratiejaar loopt van 1 januari tot en met 31 december van elk jaar.
Notulen Openbare vergadering op 23 Februari 1909 in “t café de Nederlanden.
De voorloopige voorzitter de Heer A. Geensen, opent de vergadering, en heet de aanwezige sportbroeders allen hartelijk welkom, en deelt mede dat op 31 Januari 1909 door N. Brinck en P. Hendriks in café de Benthem een vergadering belegd was met het doel, in Leeuwarden een Afdeeling op te richten van den A.H.B.
Er waren toen 21 leden ter vergadering, die na eenige discussie allen als lid toetraden. Met het vaststellen van een bestuur werdt gewacht tot een der leden van het hoofdbestuur een rede zou houden, waarin uiteen gezet zou worden:
- De Nieuwe visscherijwet en hare geschiedenis.
- Het doel en streven van den A.H.B.
Deze rede van den Heer J.C.H.G. van Deun Gep. Officier en Voorzitter van den A.H.B. ( tevens oprichter van den bond ) had het gewenschte succes.
Op de vergadering waren pl. m. 60 bezoekers waarvan enkelen beroepsvisschers waren die, daar het geen erge vrienden van de Hengelaars zijn, natuurlijk geen lid van de afdeeling der A.H.B. werden.
De Heer van Deun besprak in den breede de verschillende artikelen der wet, en duidde daarbij goed aan de verschillende gevaren, die de Hengelaars bedreigd hebben en nog bedreigen.
Hij betoogde terecht dat aaneensluiting van Hengelaars onder goede leiding noodzakelijk was en besloot zijn rede, hulde te brengen aan de Noordelijke sportbroeders, hopende dat Friesland weer eens het land bij uitnemendheid moge worden voor de Hengelaars.
Onder applaus besloot hij zijn rede – Hoera, roepend voor de Hengelaarsvereeniging Leeuwarden en Omstreken.
Ook werden nog eenige vragen door den spreker beantwoordt van de Heeren Swart en Steenstra, die den spreker dankten voor zijn toelichting.
Hierna werdt overgegaan tot het benoemen van een bestuur. Op de vraag van den Voorzitter of er onder de aanwezigen liefhebbers waren die iets gevoelden voor bestuurslid, werdt er geantwoord om het voorloopig bestuur bij aclamatie te benoemen.
Bij aclamatie werden toen definitief gekozen tot,
Voorzitter - A. Geensen
Secretaris – N. Brinck
Pennm – P. Hendricks.
Die hun benoeming onder aplaus der vergadering aannamen.
Nadat de voorzitter den Heer v Deun namens de vergadering bedankt hadt voor zijn boeiende rede, ging de vergadering na een zeer gezelliger bijeenkomst te ongeveer half twaalf uiteen.
Elfde jaargang No. 272 – 1 Maandag 1 maart 1909.
Dinsdag den 23 Febr. Hebben wij op uitnoodiging van het voorloopig bestuur een spreekbeurt vervuld te Leeuwarden met het succes dat aldaar de Afdeeling XV van onzen geliefden Bond is opgericht met aanvankelijk 67 leden.
Wegens plaatsgebrek in dit nummer, wordt het verslag dier vergadering in het volgend nummer opgenomen.
Elfde jaargang No 272 – 2 Dinsdag 15 maart 1909.
ONZE VOORDRACHT TE LEEUWARDEN.
Zoo de lezers van dit orgaan weten is, volgens het korte bericht voorkomende in het laatste Nummer van dit orgaan, te Leeuwarden de afdeeling XV van den algemeenen Hengelaarsbond opgericht.
Om daartoe te geraken was mij het verzoek gedaan om aldaar eene spreekbeurt te vervullen, waartoe ik des gaarne overging omdat Leeuwarden als mijn oude garnizoensplaats ( in 1870 lag ik daar als officier in garnizoen ) mij nog na aan het hart lag, ik die oude veste gaarne nog eens terug zag, en de hernieuwing mijner kennismaking met hare inwoners mij aangenaam was.
Dinsdag den 23sten Februari, s’avonds om 8 uur had dan ook eene vergadering plaats in de bovenzaal van den heer BIJLSMA, die goed bezet was door onze Leeuwarder sportbroeders.
Het voorloopig bestuur , de H.H. A. GEENSEN, voorz., N. BRINCK, secretaris, Vegelinstraat 1 en P. HENDRIKS, Penningmeester, zaten aan den bestuurstafel en werd de vergadering door den Voorzitter met een warm woord van welkom geopend.
In zijne openingsrede deelde hij in korte trekken het ontstaan dezer Afdeeling mede alsmede de geschiedenis van de nieuwe wet. Spreker bracht in herinnering dat, toen het ontwerp van wet van den Minister DE MAREZ OYENS in 1905 verschenen was, een monsterprotest, door meer dan 5000 Friesche hengelaars onderteekend, naar de 2e kamer was gezonden om tegen de in dat ontwerp voorkomende ongunstige bepalingen voor de geliefde Hengelsport te ageeren, mij daarna het woord gevende om de nieuwe visscherij-wet enz. met de aanwezigen te behandelen.
Achter de lessenaar plaats nemende begon ik na eenige inleidende woorden het ontwerp – DE MAREZ OYENS, en het gewijzigd ontwerp – VEEGENS aan eene critische beschouwing te onderwerpen.
Door mij werd er op gewezen hoe vijandig tegenover de Hengelsport het eerste ontwerp was samengesteld, en hoe in het gewijzigd ontwerp, al was ’t maar voor een klein gedeelte, die vijandige houding was gewijzigd.
Toen dan ook verleden jaar dat gewijzigd ontwerp werd genomen, had het Hoofdbestuur van den Algemeenen Hengelaars-Bond evenals andere vereenigingen er voor gezorgd dat de Ministers en al de andere leden van de 1e en 2e Kamer zoowel bij rekwest als bij mondelinge toelichtingen op de hoogte werden gesteld van de noodelooze beperkingen van de hengelsport, dat zoo gezond en onschuldige vermaak van honderd duizenden Nederlanders, met het gunstig resultaat dat in de nieuwe visscherij-wet vele dier vijandige bepalingen, zooals het steeds houden van den hengel in de hand, het misdrijf van per ongeluk hengelen in niet openbare wateren, enz. niet meer voorkomen.
Op uitvoerige wijze werd door mij er op gewezen, welke rechten, maar ook plichten de hengelaars voortaan hadden, o.a. bij het visschen met meer dan één hengel, met den loop- of sleephengel en de peur enz. Ook werd door mij het aanvragen van eene hengelacte á f 0.50 ( voor het hengelen met meer dan één hengel ) en van eene kleine vischacte á f 1.- voor het visschen met den loop- of sleephengel en de peur ) uitvoerig behandeld, en er uitdrukkelijk op gewezen, dat waar een hengelaar eene hengelacte noodig had, ook een vergunning-biljet van den pachter of eigenaar van het vischwater voor hem dringend noodig was.
Uit den aard der zaak was het door mij behandelde op dezen avond vrijwel gelijk aan dat op voorgaande vergaderingen, bij de lezers van dit orgaan dus voldoende bekend, en willen wij hier slechts het uitgesprokene in zeer korten trekken memoreeren.
Zoo werd ook in het tweede gedeelte van mijner rede de organisatie en het doel en het werken van onzen geliefden Bond breedvoerig uiteengezet, en na circa twee uur gesproken te hebben verliet ik de lessenaar na alle aanwezigen op het hart gedrukt te hebben zich te organiseeren en zich bij deze Afdeeling aan te sluiten.
Een en ander werd met een daverend applaus beantwoord, welk bewijs van dankbare instemming herhaald werd toen de Voorzitter mede namens de aanwezigen mij hartelijk dank zegde voor het gesprokene.
Na beantwoording van enkele gestelde vragen en na uiteenzetting wat men onder openbare wateren te verstaan had, ging de vergadering over tot het verkiezen van een definitief bestuur en werd het voorloopig bestuur bij acclamatie als zoodanig aangesteld.
Het aannemen door de drie aanwezige bestuursleden van hunne betrekking met recht van assumeeren werd door de aanwezigen met een daverend applaus beantwoord.
Daarna ging men aan de bestuurstafel over tot inschrijven van nieuwe leden met het resultaat dat de Afdeeling met 22 leden opgericht, dien avond avonds reeds 67 leden telde. Op eene volgende vergadering zou het Huishoudelijk Reglement dezer Afdeeling behandeld en vastgesteld worden, en nadat de Voorzitter, de Heer A. GEENSEN, de aanwezigen dank gezegd had voor hunne tegenwoordigheid en medewerking werd de vergadering gesloten.
Van deze gelegenheid wenschte ik de Bonds-leden er attent op te maken van hoe groot belang het voor onze Bond is, dat hij niet alleen in het centrum van ons land zich steeds uitbreidt, maar ook vaste voet heeft gekregen heeft in het Zuiden ( Afdeeling XIV, Breda) en in het Noorden ( Afdeeling XV, Leeuwarden en Omstreken ) van ons land.
Wel een bewijs dat het werken van onzen Bond langzamerhand meer bekend en gewaardeerd wordt.
Onze Bond bloeie, dat is de hartgrondige wensch van.
Watergraafsmeer VAN DEUN.
Huishoudelijke Vergadering op Maandag 15 Maart in ’t café de Nederlanden.
Ongeveer 45 leden waren aanwezig, en werden door den Voorzitter allen hartelijk welkom geheeten, er op wijzend, dat deze vergadering best bezocht was, wat wel eens met zeer vele andere vereenigingen te wenschen overliet.
Het was hem een teeken dat de Leeuwarder sportbroeders belang stelden in onze geliefde Hengelsport.
Na medegedeeld te hebben dat er aan Burgem. En Weth. van Tietjerksteradeel was geschreven omtrent ’t pachten van vischwater in die gemeente, maar nog geen antwoord was ontvangen, werdt overgegaan tot behandeling van het huishoudelijk regelement.
Tot voorbeeld hadden we een huishoudelijk reglement van de afdeeling Weesp, hetwelk met een paar kleine wijzigingen artikels gewijze werdt aangenomen.
Hierna werdt overgegaan tot verkiezing van een Vic Voorzitter en Vic Secretaris.
Voor de functies kwamen in aanmerking de heeren A.T. Schat en T. Steenstra die hun benoeming resp tot Vic Voorz en Vic Secr aannamen onder daverend aplaus der vergadering.
Nadat zich nog eenige liefhebbers als lid hadden aangegeven, werdt door de Voorzitter de vraag gesteld of er nog leden waren die de Bond wilden steunen, door zich te abonneeren op het orgaan van den Bond: Onze Hengelsport.
Vijf leden gaven zich hiervoor op, waarna door den Voorz gevraagd werdt of er nog leden waren die iets wenschten te weten.
Niets meer aan de orde zijnde werdt de vergadering gesloten en drukte de Voorz allen op ’t gemoedt, zooveel mogelijk voor den Bond te doen.
Voorz Secr.
Bestuursvergadering op 3 Mei 1909 in’t café de Nederlanden.
Aanwezig alle bestuursleden.
De Voorzitter deelt mede dat hij aan ’t Gemeentebestuur van het Bildt heeft geschreven over het verpachten van vischwater in die gemeente, en van de Secr van het Bildt een opgave heeft ontvangen van de verschillende vaarten die worden verpacht, tevens met het bedrag der pachtsom.
Besloten werdt de Voorzitter te machtigen op eenige vaarten in bedoelde gemeente namens de vereeniging in te schrijven.
Eenstemmig werdt besloten op Zondag geen Hengelconcours te houden.
Voor bestuursvergaderingen werdt vastgesteld om twintig cent voor ieder bestuurslid, dat ter vergadering aanwezig is, uit te trekken, uit de kas der vereeniging , ter tegemoetkoming in de kosten door het bestuur gemaakt.
Besloten werdt nog vijf achtereenvolgende Zaterdagen een anonce te plaatsen in het Leeuwarder Nieuwsblad voor het winnen van nieuwe leden.
Niets meer te behandelen hebbende, is deze vergadering afgeloopen en wordt elkander veel succes gewenscht.
Voorz Secr
Leeuwarden, 14 Juli 1909.
Aan
Zijne Excellentie den Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel te
s’Gravenhage.
Excellentie!
De Afdeeling XV, Leeuwarden e.o., van den Algemeenen Hengelaars Bond, uitgenoodigd door het Hoofdbestuur van dien bond, om het ontwerp Algemeene Maatregel van Bestuur tot uitvoering van de art. 19 en 21 van de Visscherijwet op eene vergadering te behandelen en met opmerkingen ter kennis Uwe Excellentie te brengen, neemt de Vrijheid beleefdelijk te doen kennen:
1e. Dat de afdeeling zich volkomen kan vereenigen met de gevoelens ( het oordeel ) vermeld in de afzonderlijke nota’s, van den Heer W. Gaastra Jr. Bijlage VIIa, en den Heeren van der Vorm en Aalderink, Bijlage VIIc, en
2e. In verband met het bovenstaande Uwer Excellentie in overweging te geven, in het ontwerp Algemeene Maatregel van Bestuur de volgende wijzigingen aan te brengen:
Art. 3a te lezen:
“Van 1 Maart tot en met 30 April met den hengels, de zetangels, zetlijnen en loop of sleephengels,”
In art. 3b eene bepaling op te nemen voor de Provincie Friesland n.l. de wateren of kanalen met name te vermelden, waarin met den zegen mag worden gevischt en wel zooals die thans voorkomen in Bijlage VI ( III, Bijzondere bepalingen betreffende de uitoefening van de visscherij in de verschillende provinciale reglementen ) Friesland artikel 6.
Art. 3 i te lezen:
Van 1 Mei tot en met 31 Mei met alle overige vischtuigen, met uitzondering van:
1e “den aalkorf, de aalkubbe, den aalreep, den aaldobber, de peur, den hengel, zetangels, zetlijnen, en loop of sleephengels.”
Punt 3e van art 3 i zou daardoor kunnen vervallen.
De Afdeeling is algemeen van oordeel, dat gedurende den paaitijd, door het uitzetten van de aalfuik, welke meestal op plaatsen wordt uitgezet waar de visch het liefst paait, veel kuit van visch wordt vernield, waar om het wenschelijk wordt geacht, ook de aalfuiken gedurende de maand Mei te verbieden.
Ten slotte wordt wenschelijk geacht, de maat van de Baars genoemd in art. 14 b, 18cM, te vernaderen in 15 cM.
De Afdeeling spreekt als haar oordeel uit, dat in geval de maat op de baars, - 18 cM, blijft gehandhaafd, de visscherij op baars met den hengel vrij wel onmogelijk wordt gemaakt.
Het behoort tot de uitzonderingen dat baarzen ter lengte van 18 cM worden gevangen; regel is dat met den hengel zelden grooter baars dan 15cM worden gevangen.
Het ware dus wenschelijk in het belang van de voor zoovelen geliefde sport, dat de maat van de baars op 15 cM werd gesteld.
Het bestuur van de Afdeeling XV Leeuwarden e.o. van den Algem. Heng.Bond.
De Secretaris De Voorzitter
Bestuursvergadering op 9 Sept 1909 in de Nederlanden.
Afwezig de Heer Steenstra met kennisgeving.
Voorgesteld wordt om nogmaals te probeeren tot pachten van de groote wielen met sierdswiel.
Op voorstel van de voorzitter wordt besloten 50 gulden daarvoor te bieden, met verbod om met netten ( behalve aalfuiken ) daarin te visschen.
Tevens zal worden gewaakt op de vervuiling der stadsgrachten met afval en gaswater.
Zoo nodig zal daarvan monster worden genomen om te laten onderzoeken.
Na nog eenige discussie wordt de vergadering gesloten om spoedig, na opmaking der stukken voor Tietjerksteradeel en Menaldumadeel weer bij elkaar te komen.
Secr.
Bestuursvergadering op 21 Sept 1009 in de Nederlanden.
Afwezig de Heer P. Hendriks.
De Voorzitter verwelkomt de bestuursleden en leest de verzoekschriften, welke door hem zijn opgemaakt ( aan Tietjerksteradeel en Menaldumadeel ) voor.
Dezelve worden onveranderd goedgekeurd door het bestuur en ten spoedigste door de Secr verzonden.
Nogmaals zal er moeite worden gedaan tot het pachten van de slooten, gelegen in het Waterschap “Het Geestmer Noorden en Zuiderveld onder Rinsumageest.”
Hiervoor hadt de Heer A.T. Schat al drie reizen gedaan voor de vereeniging, maar kon de zaak niet tot een goed einde brengen, wegens onverschilligheid van het polderbestuur.
Door de Secretaris wordt mededeeling gedaan dat de Heer J.C.H.G. van Deun een spreekbeurt wil vervullen, betreffende de Algem maatregelen van Bestuur, en wel op 11 October e.k. Besloten wordt dien dag tevens ledenvergadering te houden, waarna
de vergadering wordt gesloten.
Secr.
|