Enkele Momenten.
|
![]() |
Catch and Release |
Plotseling is de pen verdwenen, ik sla aan, voel weerstand, een werkelijk grote brasem van 65 centimeter is het resultaat.
Na nog enkele grote brasems in het water te hebben onthaakt is het de beurt aan veel meer weerstand, "Karper".
Plotseling schiet de haak los, een schub op de haak is het resultaat.
Volgende keer beter zeg ik tegen mijzelf, het verhaal herhaald zich, nu maak ik mij zorgen, de karper is er maar pakt het aas niet, dit zijn lijnzwemmers.
Ik laat de hengel op de steunen liggen zonder het aas in het water te laten en blijf wachten.
Soms kun je beter kijken dan vissen.
Een vijftal karpers komen van links aanzwemmen plotseling maken ze een ruime bocht, zwemmen om de voerplek van duivenvoer heen ze komen verderop weer naar de kant.
Ik denk genoeg te weten, tegen beter weten in probeer ik iets anders.
Uit de tas pak ik een bal deeg, kneed een balletje om de haak, even later komt een spiegelkarper vanaf een meter of 5 naar de kant zwemmen.
Naast de pen gekomen stopt hij, hij kijkt mij aan, het is net of hij wil zeggen; kiekeboe, wij zijn niet gek hoor, jij met die voerplek van duivenvoer, dat wordt hier al weken gedaan bedenk maar iets anders!!
Naar links duikt hij weg, mijn hart maakt overuren.
Plotseling loopt een bellenspoortje richting pen.
Weer schiet de pen razendsnel onder, shit toch niet weer denk ik, maar ja hoor weer is een schub op de haak het resultaat.
Ik besluit om de stek een paar dagen met rust te laten.
Dit vertel ik aan mijn "penvriend", we komen tot de conclusie dat het voeren met partikels, duivenvoer in het bijzonder, een negatieve invloed heeft gekregen.
Een paar dagen later
Een paar dagen later ben ik terug, nu met een simpele boilie, ik knijp een paar boilies kapot en strooi een tiental boilies ruim langs de kant.
De eerste aanbeet komt na een kwartier het is een mooie lichte opsteker, rustig loopt het pennetje weg.
Het resultaat is binnen 3 uren 4 karpers, allen schubs tot in de 20 pond, aan een 1 ½ lbs hengel en 22/00 nylon zijn dit prachtige beesten om te vangen.
Kort onder de top moet je alle zeilen bijzetten, het is genieten vanaf het eerste moment.
![]() |
Een mooie midtwintiger van hetzelfde water |
Aan de overkant installeert zich iemand die ik wel ken, het is een oudere visser die daar vaker zit.
Omdat ik verscholen zit kan hij mij niet zien, ik ben benieuwd wat hij gaat doen wanneer hij mij wel ziet.
Nadat hij alles heeft opgezet pakt hij een hengel en zal inwerpen, hij zit schuin rechts tegenover mij aan de overkant die ongeveer 35 meter van mij af ligt.
Ik ga staan en waarschuw hem, want ik vermoed dat hij onder de struiken wil gaan vissen waar ik zit.
Een onverwachte discussie ontstaat; ja hoor ik zie je, zegt hij, hij werpt in.
Het lood slaat in de struiken op nog geen 2 meter links van waar ik zit.
Met een ruk bevrijd hij het lood, het plonst naast mijn pennetje, wat heen en weer slingerend protesteert.
Even later ligt zijn aas daar waar hij het wil hebben, de tweede hengel komt er ook bij.
Beide haken liggen links van mijn stek, kruislings over de route die een vluchtende karper zal kiezen als ik hem aansla.
Hoofdschuddend over zoveel onbenul maak ik hier een opmerking over, al eens eerder hadden wij eens een discussie gehad over het vissen met gevlochten lijnen op open water.
Zijn vraag is of ik nog met nylon vis, ik vertel hem dat ik dat een stomme vraag vind, bijna net zo stom als zijn stekkeuze.
Nou, zegt hij, als jij nog met nylon vis win ik het toch met die gevlochten lijnen mocht je al vast komen te zitten in mijn lijn.
Langzaam gaat het licht uit, er maken zich duistere plannen meester van mijn geest.
Ik noem hem een domme visser, volgens hem ben ik de eerste die dat gezegd heeft, ik zeg dat het daarom niet minder waar hoeft te zijn.
Ik weet dat hij nog gaat voeren, dat is zijn ritueel, hengels klaarleggen, over het bruggetje lopen om onder de struiken nog wat te voeren.
Katapult vindt hij gevaarlijk, met drie hengels vissen, waar hij er èèn verstopt in het riet, vind hij kennelijk wel verantwoord.
Hij komt bij mij staan: "al wat vongen??" vraagt hij, ik verzoek hem vriendelijk om door te lopen, te gaan voeren en weer terug te lopen naar de hengels.
Hij vindt mij een aso, intussen weet hij te vertellen dat penvissen toch niet de beste manier is om hier te vangen, een tweede keer verzoek ik hem vriendelijk om door te lopen.
Het ligt aan zijn leeftijd dat ik vriendelijk blijf, wanneer hij nog mopperend blijft staan schiet ik uit en zeg dat hij nu op moet flikkeren.
Weer heb ik een vriend minder gemaakt, mijn hart bloedt dat ik zo onvriendelijk ben geweest: maar niet heus!!!
Ik vis nog even door, de aardigheid is er af, het blijft borrelen in mijn geest, mijn verstand zegt dat ik beter kan stoppen. Hoe een mooie visdag toch nog een diepzwart einde kan krijgen.
Bliksemvis
![]() |
Spiegels, ze zijn zo mooi!! |
De weersverwachting is niet best, tenminste voor de niet karpervisser.
Het wordt droog, ik besluit om toch even een paar uurtjes te gaan.
De tranentrekker van het vorige verhaal ben ik niet vergeten, toch besluit ik om weer op de stek tussen de struiken te gaan zitten.
Dit keer zet ik de paraplu direct op, de paraplu kan er maar net staan maar zo blijf ik tenminste droog.
Wederom vis ik met een boilie, knijp een paar kapot en voer een tiental halve boilies breed onder de kant links en rechts van mijn stek.
Dit keer zet ik twee helften omgekeerd op de hair.
Het weer veranderd snel, regenbuien en windvlagen trekken over het water.
Het begint te onweren, omdat ik tussen de struiken en de bomen zit besluit ik om de hengel niet in te pakken. De regen slaat nu met bakken neer, even denk ik aan een verhaal wat ik heb gelezen over de "bliksemvis" dat zou wat zijn denk ik nog.
De pen, ik heb nu voor een 2 aa type gekozen, maakt een vreemde slingerende beweging, plotseling is hij verdwenen.
Verbaast sla ik aan, langzaam komt de slip opgang, de lijn loopt richting struiken, snel steek ik de hengeltop helemaal tot de bodem onder water en begin met de vinger op de spoel te trekken.
De karper komt uit de kant, loopt het bredere stuk op, ik haal de vinger van de spoel en laat de karper lijn nemen.
Na enkele klappen, zowel van het onweer als van de vis, glijdt het dier een minuut of vijf later het landingsnet in.
Ik laat hem even in het net en leg de onthaakmat over een aantal bramentakken heen.
Het net uit het water trekkend denk ik nog dit is toch een heel mooie vis, een dikke twintiger is het resultaat van dit natte avontuur, dit is mijn bliksemvis.
Met een gelukkig gevoel vis ik nog een drietal uurtjes door, de verdere vangsten??
Ach wat maakt het uit, het zijn de momenten die iets bijzonder maken.
Douwe Bijlsma







